De hervorming van de box 3-belasting is momenteel een belangrijk onderwerp voor zowel beleggers als spaarders. Waar nu nog wordt uitgegaan van een fictief rendement, zal in de toekomst het werkelijke rendement worden belast.
Veel mensen willen daarom weten wat deze verandering betekent voor hun vermogen. Blijft beleggen in bijvoorbeeld vastgoed nog wel aantrekkelijk? In dit artikel worden de meest recente plannen besproken en wat deze kunnen betekenen voor spaarders en beleggers.
Kort samengevat
Vanaf 2028 wil de overheid overstappen op een vermogensaanwasbelasting waarbij belasting wordt geheven over het werkelijke rendement in plaats van het huidige fictieve rendement. Deze verandering heeft grote gevolgen, vooral voor beleggers, maar ook voor de Belastingdienst die aanzienlijk meer capaciteit nodig zal hebben om het nieuwe stelsel uit te voeren. Op Prinsjesdag kan het kabinet mogelijk nog met aanpassingen komen op de nieuwe box 3-wetgeving. Daarnaast moet de Eerste Kamer uiterlijk halverwege maart instemmen, anders bestaat de kans dat de invoering opnieuw met een jaar wordt uitgesteld.
Wat gaat er veranderen in box 3 in 2028?
De belangrijkste wijziging is dat vanaf 2028 de belastingheffing in box 3 gebaseerd wordt op het werkelijke rendement van vermogen. Dit houdt in dat je belasting betaalt over de daadwerkelijke inkomsten en waardestijgingen die je behaalt in box 3, zoals spaarrente, dividend en gerealiseerde koerswinsten op bijvoorbeeld aandelen, obligaties of andere beleggingen. Deze nieuwe vorm van belasting wordt de vermogensaanwasbelasting genoemd en is de opvolger van de vermogensrendementsheffing die in 2026 nog van kracht is. Het systeem vervangt het huidige stelsel met fictieve rendementen en moet zorgen voor een eerlijkere belastingheffing. Voor vastgoed en investeringen in start-ups zal vanaf 2028 waarschijnlijk een vermogenswinstbelasting gelden, waarbij pas belasting wordt geheven op het moment van verkoop. Tot in ieder geval 2028 blijft het huidige forfaitaire systeem van toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een fictief rendement, ongeacht het daadwerkelijke resultaat.
Vermogensaanwasbelasting vs. vermogensrendementsheffing
In deze tabel is het belastingstelsel (vermogensrendementsheffing) en het nieuwe belastingstelsel (vermogensaanwasbelasting vanaf 2028) onder elkaar gezet:
|
Vermogensrendementsheffing (tot 2028) |
Vermogensaanwasbelasting (vanaf 2028) |
|
Er wordt belasting geheven op basis van een fictief rendement, waarbij vaste percentages gelden voor spaargeld, beleggingen en schulden |
Belasting wordt gebaseerd op het daadwerkelijk behaalde rendement, inclusief inkomsten en waardeveranderingen |
|
De belastinggrondslag wordt bepaald door de waarde van het vermogen minus schulden op 1 januari |
De belasting wordt berekend op basis van de waardeverandering tussen 1 januari en 31 december |
|
Er geldt een heffingsvrij vermogen (in 2026 €59.684 per fiscaal partner) |
Er komt een vrijgesteld rendement (naar verwachting ongeveer €1.800 in 2028) |
|
Verliesverrekening is niet mogelijk |
Verliezen boven €500 per jaar kunnen onbeperkt worden verrekend met toekomstige winsten |
|
Het tarief bedraagt een vast percentage van 36% over het fictieve rendement |
Het tarief blijft naar verwachting gelijk, rond de 36% |
|
Vermogen bestaat uit spaargeld, beleggingen en andere box 3-bezittingen |
Alle box 3-vermogen valt onder de regeling, inclusief nog niet gerealiseerde waardestijgingen en inkomsten |
|
Het systeem is relatief eenvoudig door het forfaitaire karakter |
Het systeem is complexer door de jaarlijkse waarderingen en werkelijke rendementen |
|
Doel is eenvoud en voorspelbaarheid voor belastingheffing |
Doel is een eerlijkere belasting die aansluit bij het werkelijke rendement |
|
Huidige regeling blijft van kracht tot en met 2027 |
Invoering staat gepland per 1 januari 2028, maar wetgeving is nog niet definitief |