Onlangs bevestigde de Rechtbank Den Haag dat de Belastingdienst het gebruikelijk loon van een dga mag verhogen tot het loon van de meest verdienende werknemer. Wat betekent dit voor u en uw BV? Wanneer loopt u risico? Hoe voorkomt u naheffingen en boetes?
Gebruikelijk loon. Als dga moet u zichzelf een gebruikelijk loon uitkeren vanuit uw BV. Dit loon moet aansluiten bij wat ‘gebruikelijk’ is voor het werk dat u doet. De Belastingdienst controleert hier actief op.
Recente rechtspraak. In een recente uitspraak van Rechtbank Den Haag () oordeelt de rechtbank dat de Belastingdienst het loon van een dga terecht corrigeert naar het loon van de meest verdienende werknemer binnen de BV.
Gevolg. De dga moet alsnog loonheffing betalen over het hogere loon. Dit kan flink oplopen, zeker als het om meerdere jaren gaat.
De gebruikelijkloonregeling
De gebruikloonrekening houdt in dat een aanmerkelijkbelanghouder wordt geacht een loon te krijgen dat normaal is voor het niveau en de duur van zijn arbeid.
Het gebruikelijk loon moet minimaal het hoogste bedrag zijn van de volgende bedragen:
-
het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
-
het loon van de meestverdienende werknemer bij de BV of van de meestverdienende werknemer van een verbonden BV van de werkgever;
-
ten minste € 58.000 in 2026 (in 2025 en 2024 was dat € 56.000).
Wat gebeurde er in deze zaak?
Situatie. In de zaak bij Rechtbank Den Haag had de BV een werknemer in dienst die meer verdiende dan de dga. De dga stelde dat zijn loon lager mocht zijn.
Standpunt Belastingdienst. De Belastingdienst verhoogde het loon van de dga tot het niveau van de best betaalde werknemer en legde een naheffingsaanslag loonheffingen op.
Oordeel rechtbank. De rechtbank geeft de Belastingdienst gelijk. Volgens de rechtbank is de wet duidelijk: het loon van de dga moet ten minste gelijk zijn aan dat van de meest verdienende werknemer, tenzij u overtuigend kunt aantonen dat een lager loon gebruikelijk is.
Bewijslast. U moet dus zelf onderbouwen waarom een lager loon terecht is. Dat blijkt in de praktijk lastig.
Wanneer loopt u risico?
Specialistische werknemer. U heeft een werknemer met specifieke kennis of ervaring die u zelf niet heeft. Deze werknemer verdient meer dan u. In dat geval kijkt de Belastingdienst kritisch naar uw loon.
Groeiende onderneming. Uw BV groeit en u neemt personeel aan tegen hogere salarissen, maar uw eigen loon blijft achter. Dat valt op bij een controle.
Meerdere BV’s. Heeft u een holdingstructuur? Dan wordt gekeken naar werknemers binnen alle verbonden BV’s.
Wat kunt u concreet doen?
Controleer jaarlijks. Vergelijk uw loon ieder jaar met:
-
het wettelijke minimumbedrag;
-
het loon van uw best betaalde werknemer;
-
marktgegevens van vergelijkbare functies.
Leg keuzes vast. Betaalt u zichzelf minder dan uw best betaalde werknemer? Zorg dan voor een goede schriftelijke onderbouwing. Denk aan:
-
functieomschrijvingen;
-
verschillen in verantwoordelijkheden;
-
onderbouwing met salarisonderzoeken.
Wees realistisch. In veel mkb-BV’s vervult de dga de eindverantwoordelijkheid. Dat rechtvaardigt meestal juist een hoger loon dan dat van werknemers.
Voorkom naheffingen. Een correctie kan leiden tot:
-
extra loonheffingen;
-
belastingrente;
-
mogelijk een boete.
Dat kan duizenden euro’s kosten.
Liquiditeit. Houd rekening met de kaspositie van uw BV. Een hoger loon betekent meer loonheffing en mogelijk minder ruimte voor dividend.
Kunt u afwijken?
Uitzondering. U mag een lager loon hanteren als u aannemelijk maakt dat dit gebruikelijk is. De lat ligt hoog. U moet met concrete en objectieve gegevens komen. Alleen stellen dat uw werknemer ‘belangrijker’ is, is niet genoeg. Om discussie te voorkomen, kunt u met de Belastingdienst de hoogte van het gebruikelijke loon afstemmen. Zorg dat uw loon als dga minimaal gelijk is aan dat van uw best betaalde werknemer. Controleer dit jaarlijks en leg uw keuzes goed vast. Zo voorkomt u onverwachte naheffingen en houdt u grip op uw BV
Bron: Tips en advies