Als dga moet u jaarlijks fiscaal verplicht een gebruikelijk loon uit uw BV onttrekken. De hoogte ervan is wettelijk bepaald. U kunt hiervan wel afwijken, maar dat is beperkt. Geldt dit ook als u nauwelijks activiteiten voor uw BV verricht?
Voor de rechter. De winst van uw BV wordt belast met vennootschapsbelasting. Keert u het restant aan uzelf uit als dga, dan betaalt u hierover belasting in box 2. Zo betaalt u veelal minder belasting dan in box 1, met name als u uw winst niet helemaal uitkeert. Ook geniet u dan renteloos uitstel van betaling. Dit voordeel wordt beperkt doordat u jaarlijks als dga een gebruikelijk loon uit uw BV moet opnemen dat belast is in box 1. In veel gevallen proberen dga’s de hoogte van dit gebruikelijk loon te beperken, maar dat is maar beperkt mogelijk. Onlangs kwam er een zaak voor de rechter waarbij de vraag centraal stond of ook een dga die nauwelijks werkzaamheden verricht, het gebruikelijk loon moet opnemen.
Hoogte gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon van een dga dient in 2025 te worden vastgesteld op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV, indien een van deze bedragen meer is dan € 56.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan € 56.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag. In alle andere gevallen wordt er uitgegaan van een gebruikelijk loon van € 56.000.
Nauwelijks omzet. In de betreffende zaak ging het om een dga van een BV, die volgens de btw-aangiften een jaaromzet had van € 43.199. De inspecteur had in eerste instantie een gebruikelijk loon toegekend van € 45.000, destijds in beginsel het minimum van thans € 56.000. Nadat de dga in beroep bij de rechtbank was gegaan, ging de inspecteur akkoord met een bedrag van € 20.000. Het hof moest oordelen of dit terecht was of toch nog te hoog, zoals de dga meende.
Zware bewijslast. Het hof stelde om te beginnen vast dat de bewijslast bij de dga ligt, als deze een lager gebruikelijk loon in aanmerking wil nemen dan het loon zoals dit wettelijk is bepaald. Het hof stelde ook vast dat de dga onvoldoende hard kon maken dat de omzet die volgde uit de btw-aangiften niet klopte en het gevolg was van een fout van de boekhouder. Verder bleek dat er in de BV door anderen geen werkzaamheden waren verricht, zodat het aannemelijk was dat de dga deze had uitgevoerd. Eerder al had de inspecteur aangegeven dat er in ieder geval administratieve handelingen verricht moesten zijn en dat er overleg moest zijn geweest met de boekhouder van de BV. Het hof liet het vastgestelde gebruikelijk loon van € 20.000 dan ook in stand.
Zorg voor goede onderbouwing
Het voorgaande maakt duidelijk dat het van groot belang is om te zorgen voor een goede onderbouwing als u het standpunt inneemt dat uw gebruikelijk loon lager moet worden vastgesteld dan wettelijk is bepaald. Zoals is aangegeven, kan dit wel, maar rust de bewijslast op u. In de praktijk maken dga’s zich hier vaak te makkelijk vanaf, met als gevolg dat er een hoger gebruikelijk loon in aanmerking moet worden genomen. Zo zagen we onlangs nog in een vergelijkbare zaak dat een dga beweerde dat hij slechts secretariële werkzaamheden voor de BV verrichtte, terwijl dit in strijd was met een eerdere verklaring hierover.
Loon niet haalbaar? Ook wordt in de praktijk regelmatig het argument aangevoerd dat een hoger gebruikelijk loon niet haalbaar is, omdat de BV in het jaar verliezen heeft geleden, terwijl er geen sprake is van structurele verliezen. Dan is het dus niet aannemelijk dat de continuïteit van de BV bij een hoger gebruikelijk loon in gevaar komt.
U kunt uzelf als dga ook bij geringe werkzaamheden een lager gebruikelijk loon toekennen, maar u moet dit dan wel goed onderbouwen. Vergeet niet dat de bewijslast bij u ligt. Is er sprake van verlies, dan moet het gaan om structurele verliezen van de BV en dus niet om incidentele verliezen.
Bron: Tips en advies