(0515) 57 61 69 info@fic.nl

Ons hoogste rechtsorgaan, de Hoge Raad, moest zich buigen over de vraag of cryptovaluta belast zijn en in welke box. Wat moet u weten?

Bezittingen

Cryptovaluta behoren tot de bezittingen in box 3 en zijn belast in de rendementsgrondslag voor sparen en beleggen. Dat heeft de Hoge Raad op 25 april 2025 bevestigd (ECLI:NL:HR:2025:683) in een uitspraak over het belastingjaar 2019.

Achtergrond van de zaak. Een belastingplichtige had in haar aangifte inkomstenbelasting over 2019 cryptovaluta opgegeven als onderdeel van de overige bezittingen in box 3. De inspecteur heeft deze cryptovaluta, waaronder bitcoins en altcoins, aangemerkt als vermogensbestanddelen die tot de rendementsgrondslag voor box 3 behoren. De vrouw was het hier niet mee eens en de zaak kwam bij de rechter.

Hoger beroep. In hoger beroep werd de zaak voorgelegd aan Hof Amsterdam. De vrouw betoogde dat cryptovaluta geen vermogensrechten zijn in de zin van artikel 3:6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en daarom niet als belastbare bezittingen in box 3 kwalificeren. Volgens haar ontbreekt er namelijk een essentieel kenmerk van een vermogensrecht: een afdwingbare verplichting van een ander jegens haar. Zonder zo’n rechtsverhouding zouden cryptovaluta buiten het bereik van box 3 moeten blijven.

Het hof verwierp dit betoog

Volgens het hof is het civielrechtelijke begrip vermogensrecht uit het Burgelijk Wetboek niet bepalend voor box 3-heffing. De Wet inkomstenbelasting 2001 kent een ruimer begrip van vermogensrechten, mede gelet op de parlementaire geschiedenis. Het hof wees erop dat cryptovaluta verhandelbaar zijn, economische waarde vertegenwoordigen en overdraagbaar zijn tussen digitale wallets. Wie cryptovaluta bezit, kan daarmee een stoffelijk voordeel behalen.

Rechtvaardiging. Dat rechtvaardigt de kwalificatie als bezitting in de zin van artikel 5.3, lid 2, onderdeel f van de Wet inkomstenbelasting 2001 (de restcategorie overige vermogensrechten).

Cassatie. De vrouw stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Zij herhaalde haar standpunt dat cryptovaluta geen vermogensrechten zijn in de zin van het Burgerlijk Wetboek en daarom fiscaal niet belastbaar zouden zijn in box 3. De Hoge Raad maakt korte metten met deze redenering.

Hoge Raad was er zo klaar mee

De Hoge Raad verwijst naar het oordeel van het hof dat cryptovaluta economische waarde vertegenwoordigen en overdraagbaar zijn. Ze kunnen worden gekocht en verkocht en de overdracht vindt plaats door verzending van de ene wallet naar de andere. Deze eigenschappen maken dat cryptovaluta terecht zijn aangemerkt als box 3-bezittingen. De Hoge Raad oordeelt dan ook dat het hof het recht juist heeft toegepast. Omdat het oordeel mede is gebaseerd op feitelijke inschattingen, zoals verhandelbaarheid en overdraagbaarheid, toetst de Hoge Raad dit verder niet inhoudelijk. Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitspraak van het hof blijft in stand.

Dat weet u nu

Deze uitspraak bevestigt definitief dat cryptovaluta tot het box 3-vermogen behoren. De civielrechtelijke structuur doet daar niet aan af. De Hoge Raad sluit zich aan bij het oordeel dat de wetgever bewust een ruim vermogensbegrip heeft gekozen, zodat ook economisch waardevolle bezittingen zoals cryptovaluta onder de heffing van box 3 vallen.

Volgens het hof is het civielrechtelijke begrip vermogensrecht uit het Burgerlijk Wetboek niet bepalend voor box 3-heffing. De Hoge Raad sluit zich aan bij het oordeel dat de wetgever bewust een ruim vermogensbegrip heeft gekozen, zodat ook economisch waardevolle bezittingen, zoals cryptovaluta, onder de heffing van box 3 vallen.

Bron: Tips en advies