(0515) 57 61 69 info@fic.nl

Op Prinsjesdag 2022 is het belastingpakket voor 2023 bekendgemaakt. We zetten de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2023 en de aanvullende wetsvoorstellen voor het MKB voor u op een rij.

Ondernemingen

Versnelde afbouw zelfstandigenaftrek. De zelfstandigenaftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting wordt versneld afgebouwd met € 1.280 per jaar. De zelfstandigenaftrek wordt stapsgewijs verlaagd van € 6.310 in 2022 naar € 900 in 2027. Voor het jaar 2023 bedraagt de zelfstandigenaftrek dus € 5.030.

Uitfaseren fiscale oudedagsreserve. Ondernemers voor de inkomstenbelasting kunnen nu nog een deel van hun winst reserveren voor hun oudedagsvoorziening door te doteren aan de zogenoemde ‘fiscale oudedagsreserve (FOR)’. Met deze reservering kan de ondernemer later bijv. een lijfrente aankopen. Vanaf 2023 kan er niet meer gedoteerd worden aan de FOR. Een bestaande FOR kan nog wel op de basis van de huidige regels worden afgewikkeld.

Verhoging Milieu-investeringsaftrek en Energie-investeringsaftrek. Om bedrijven een extra steun in de rug te geven en vanwege het groeiende aantal aanvragen, worden de budgetten voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Energie-investeringsaftrek (EIA) verhoogd. Het budget voor deze investeringsregelingen zal vanaf 2023 structureel worden verhoogd met € 100 miljoen (MIA) en € 50 miljoen (EIA) per jaar vanaf 2023.

Tarief vennootschapsbelasting. Het vennootschapsbelastingtarief in de eerste schijf wordt verhoogd van 15 naar 19%. Dit lage tarief gaat vanaf 2023 gelden tot een winst van € 200.000. Nu ligt deze grens nog op een winst van € 395.000. Het hoge vennootschapsbelastingtarief van 25,8% is dus vanaf 2023 al van toepassing vanaf een winst van € 200.000.

Twee tariefschijven in box 2. In box 2 worden inkomsten uit aanmerkelijk belang belast, zoals een dividenduitkering aan de directeur-grootaandeelhouder. Deze inkomsten worden nu nog belast tegen een tarief van 26,9%. Vanaf 2024 komen er in box 2 twee belastingschijven: tot een inkomen van € 67.000 24,5% en daarboven 31%.

Werkgevers

Verhoging werkkostenregeling. De vrije ruimte van de werkkostenregeling bedraagt momenteel 1,7% van de eerste € 400.000 van de loonsom en 1,18% van het meerdere. Vanwege de inflatie wordt de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de loonsom vanaf 2023 verhoogd naar 1,92%. Dit is maximaal € 880 extra vrije ruimte per werkgever.

Aanscherping gebruikelijkloonregeling. Een directeur-grootaandeelhouder is verplicht een gebruikelijk loon op te nemen bij zijn eigen BV. Voor de minimale hoogte van dat loon wordt daarbij onder andere gekeken naar het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Het loon van de directeur-grootaandeelhouder mag maximaal 25% lager zijn dan dit loon, de zogenaamde ‘doelmatigheidsmarge’. Deze doelmatigheidsmarge wordt per 2023 afgeschaft. Dit betekent dat directeuren-grootaandeelhouders in veel gevallen vanaf 2023 een hoger gebruikelijk loon zullen moeten aangeven, waardoor zij ook meer belasting in box 1 moeten gaan betalen.

Bij innovatieve start-ups mag het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder maximaal drie jaar zonder overleg met de Belastingdienst op het minimumloon worden gesteld. Deze regeling wordt per 2023 afgeschaft voor nieuwe gevallen.

Beperking 30%-regeling. De 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt vanaf 1 januari 2024 beperkt tot de zogenoemde ‘Balkenende-norm’, deze bedraagt momenteel € 216.000. Voor ingekomen werknemers bij wie de 30%-regeling over het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, gaat deze nieuwe norm pas vanaf 1 januari 2026 gelden. Vanaf 2023 moet er voor ingekomen en uitgezonden werknemers per kalenderjaar een keuze gemaakt worden voor het vergoeden van extraterritoriale kosten op basis van de 30%-regeling of op declaratiebasis.

Onroerende zaken

Verhoging overdrachtsbelasting. De overdrachtsbelasting voor niet-woningen en voor woningen waar de verkrijgers niet voor langere tijd zelf in gaan wonen, wordt verhoogd van 8 naar 10,4%.

Waarderingen verhuurde woningen. Voor box 3 en voor de schenk- en erfbelasting wordt de waarde van verhuurde woningen met huurbescherming bepaald door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met de leegwaarderatio. Vanaf 2023 wordt deze leegwaarderatio afgeschaft als er sprake is van een tijdelijk huurcontract en van verhuur aan gelieerde partijen.

Auto

Bijtelling elektrische auto. Voor nieuwe emissievrije auto’s, zoals volledig elektrische auto’s, geldt in 2022 over een bedrag van maximaal € 35.000 slechts een bijtelling van 16%. In 2023 en 2024 wordt dit 16% over maximaal € 30.000. In 2025 wordt de bijtelling 17% over maximaal € 30.000 en vanaf 2026 verdwijnt het voordeel voor elektrische auto’s. De bijtelling is dan gelijk aan de standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde.

Onbelaste reiskostenvergoeding. De maximale onbelaste vergoeding wordt verhoogd per 1 januari 2023 naar maximaal € 0,21 en per 1 januari 2024 naar maximaal € 0,22 per kilometer. Dit geldt niet alleen voor werknemers, maar ook voor ondernemers.

Bestelauto’s. De bpm-vrijstelling voor bestelauto’s van ondernemers wordt per 1 januari 2025 afgeschaft. De bpm-vrijstelling voor emissievrije bestelauto’s blijft wel bestaan. Bovendien wordt het tarief van de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor bestelauto’s van ondernemers verhoogd: in 2025 een verhoging van 15% en in 2026 een verdere verhoging met 6,96%.

Privé

Nieuwe rendementsgrondslag box 3. Door een uitspraak van de Hoge Raad moet de berekening van de box 3-heffing worden aangepast. In de nieuwe berekening van de rendementsgrondslag in box 3 wordt het voordeel uit sparen en beleggen gebaseerd op de werkelijke samenstelling van het vermogen. Hierbij worden drie vermogenscategorieën onderscheiden: banktegoeden, schulden en overige bezittingen. Voor elke vermogenscategorie wordt een eigen forfaitair rendementspercentage voorgesteld dat zo veel mogelijk aansluit bij het werkelijk behaalde rendement. Het rendement wordt berekend door het toepasselijke forfaitaire rendementspercentage te vermenigvuldigen met de waarde van het vermogen in de betreffende categorie (na aftrek van de schuldendrempel) op de peildatum 1 januari.

Verhoging box 3-tarief. Vanaf 2023 tot en met 2025 stijgt het box 3-tarief jaarlijks met 1%-punt. Dat wordt dus een tarief van 32% in 2023, 33% in 2024 en 34% in 2025.

Verhoging heffingsvrij vermogen box 3. Het heffingsvrij vermogen wordt in 2023 verhoogd van € 50.650 naar € 57.000 per persoon. Voor partners wordt het heffingsvrij vermogen dus verhoogd van € 101.300 naar € 114.000.

Afschaffing jubelton. De verruimde schenkingsvrijstelling van € 106.671 (2022), bestemd om een eigen woning aan te schaffen of af te lossen op een eigenwoningschuld (de zogeheten ‘jubelton’), vervalt per 2024. In 2023 wordt deze jubelton al verlaagd naar € 28.947. Verder vervalt per 1 januari 2024 de mogelijkheid om de vrijstelling over een aantal jaren te spreiden. Dit betekent concreet dat een bij een schenking in 2022 onbenut gebleven deel van de maximumvrijstelling alleen nog maar kan worden benut voor een schenking in 2023, maar niet meer voor een schenking in 2024.

Afschaffing middelingsregeling. De middelingsregeling wordt afgeschaft. Het tijdvak 2022-2023-2024 is het laatste tijdvak waarover kan worden gemiddeld.

Btw-nultarief op zonnepanelen. Vanaf 1 januari 2023 valt de levering en installatie van zonnepanelen bij of aan woningen onder het btw-nultarief. Er drukt dan niet langer btw op de aanschaf van zonnepanelen. Als de jaaromzet van de stroomleveringen onder de € 1.800 blijft, hoeft de particuliere zonnepaneelhouder zich voortaan niet meer aan te melden bij de Belastingdienst.

Bron: tipsenadvies.nl