(0515) 57 61 69 info@fic.nl
De Eerste Kamer heeft deze week de Wet Herziening bedrag ineens aangenomen. Vanaf 2029 mogen werknemers bij pensionering eenmalig een deel van hun pensioen in één keer opnemen. Wat betekent dit voor uw personeel en wat moet u als werkgever weten?

Wat is er veranderd?

De Eerste Kamer heeft op 16 juni 2026 de Wet Herziening bedrag ineens aangenomen. Deze wet geeft werknemers meer keuzevrijheid bij het opnemen van hun pensioen. De wet treedt in werking op 1 januari 2029.

Bedrag ineens. De kern van de wet is het zogenoemde ‘bedrag ineens’. Dit is een keuzerecht voor werknemers die pensioen opbouwen via een werkgever. Op de dag dat een werknemer met pensioen gaat, mag hij eenmalig maximaal 10% van het opgebouwde pensioenkapitaal in één keer opnemen.

Vrijheid in besteding. De werknemer mag zelf bepalen wat hij met dit bedrag doet. Denk aan het aflossen van een hypotheek of andere schuld, een grote reis, een verbouwing van de woning of het regelen van zorg of verpleging. Er zijn geen regels over de besteding.

Gevolg: lagere maandelijkse uitkering. Als een werknemer kiest voor het bedrag ineens, daalt de maandelijkse pensioenuitkering daarna. Dat is logisch: het kapitaal is immers kleiner geworden. Werknemers moeten zich hiervan goed bewust zijn voordat zij een keuze maken.

Wat betekent dit voor u als werkgever?

Het pensioen voor uw werknemers wordt opgebouwd via een pensioenfonds of een verzekeraar. De nieuwe keuzemogelijkheid wordt door de pensioenuitvoerder geregeld. U hoeft als werkgever zelf geen systemen aan te passen of aparte regelingen te treffen. Toch heeft de nieuwe wet wel degelijk gevolgen voor uw rol als werkgever.

Informatieplicht. Werknemers zullen u vragen stellen als de pensioendatum nadert. Zij willen weten of zij gebruik kunnen maken van het bedrag ineens en wat de financiële gevolgen zijn. U bent weliswaar niet verantwoordelijk voor het pensioenadvies, maar het helpt om de basisregels te kennen zodat u werknemers in de goede richting kunt wijzen.

Verwijzen naar de juiste informatiebronnen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt samen met het Nibud aan een gratis rekentool. Deze tool geeft werknemers inzicht in de gevolgen van het opnemen van een bedrag ineens, specifiek voor toeslagen en belastingen. Want het eenmalig opnemen van een groter bedrag kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat een werknemer in dat jaar geen of minder huurtoeslag of zorgtoeslag krijgt. Zodra de tool beschikbaar is, kunt u uw werknemers daarnaar verwijzen.

Gevolgen voor de werknemer

Belastingtarief. Het bedrag ineens is belast als inkomen in box 1. Dit is het geval in het jaar van uitkering. Een eenmalige uitkering kan de werknemer in een hoger belastingtarief duwen voor dat jaar. In 2026 betaalt iemand tot een inkomen van € 76.817 een tarief van 36,97% inkomstenbelasting. Daarboven geldt een tarief van 49,50%. Een groot bedrag ineens kan ervoor zorgen dat de werknemer meer belasting betaalt dan verwacht.

Toeslagen. Naast de belastingdruk kunnen ook toeslagen verminderen of vervallen in het jaar dat het bedrag ineens wordt uitgekeerd. Denk aan de huurtoeslag en de zorgtoeslag. Dit is precies de reden waarom de rekentool van het Nibud zo waardevol is: werknemers kunnen de netto opbrengst van het bedrag ineens goed inschatten voordat zij een definitieve keuze maken.

Achtergrond: een lange weg naar de wet

De wet heeft een opvallend lange voorgeschiedenis. De Eerste Kamer stemde al in 2021 in met een eerdere versie van het wetsvoorstel. Maar de pensioensector bleek de uitvoering technisch niet haalbaar te vinden op de geplande datum. Pensioenuitvoerders vroegen om uitstel totdat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel — de Wet toekomst pensioenen — is afgerond. Dat uitstel is er gekomen: de inwerkingtreding verschuift van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029.

Ruimte om voor te bereiden. Die uitgestelde inwerkingtreding geeft zowel pensioenuitvoerders als werknemers en werkgevers de tijd om zich goed voor te bereiden.

Praktische tips

  • Informeer uw werknemers tijdig. Leg uit dat deze mogelijkheid er aankomt, maar dat de ingangsdatum 1 januari 2029 is. Zo voorkomt u verwarring bij werknemers die de komende jaren met pensioen gaan.
  • Verwijs naar het pensioenfonds of de verzekeraar. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en kunnen werknemers informeren over de exacte mogelijkheden en bedragen.
  • Houd de rekentool van het Nibud in de gaten. Zodra deze beschikbaar is, is dit een handig hulpmiddel om werknemers door te verwijzen. De tool is gratis en specifiek ontworpen voor deze situatie.
  • Wees alert bij oudere werknemers. Werknemers die tussen nu en 2029 met pensioen gaan, kunnen nog geen gebruik maken van het bedrag ineens. Maak dit duidelijk als er vragen komen.

Heeft u werknemers die de komende jaren met pensioen gaan? Informeer hen dan nu alvast dat het bedrag ineens er aankomt, maar dat de wet pas op 1 januari 2029 ingaat. Werknemers die daarna met pensioen gaan, kunnen straks zelf kiezen of zij maximaal 10% van hun pensioen in één keer opnemen.

Bron: Tips en Advies